S – Situation
Vertel wie je bent, over welke cliënt je belt en wat er nu aan de hand is. Benoem het belangrijkste probleem direct.
B – Background
Geef alleen relevante achtergrondinformatie, zoals diagnose, recente ingreep, belangrijke medicatie, allergieën of eerder gemeten waarden.
A – Assessment
Vertel wat jij hebt geobserveerd en gemeten. Benoem veranderingen en waarom je je zorgen maakt.
R – Recommendation
Zeg wat je nodig hebt of voorstelt. Bijvoorbeeld beoordeling door arts, een concrete opdracht of overleg over vervolgstappen.
Voorbeeld: een geplande overdracht
Dit fictieve leervoorbeeld laat de structuur zien. Pas de inhoud aan de situatie en de afspraken van je organisatie aan.
- S – Situatie: “Ik draag de zorg voor mevrouw De Vries aan je over. Het belangrijkste aandachtspunt is haar mobiliteit.”
- B – Achtergrond: “In het zorgplan staat dat zij bij het lopen begeleiding krijgt.”
- A – Beoordeling: “Vanochtend vroeg zij tijdens het lopen tweemaal om een rustpauze. Ik heb dit vastgelegd in het dossier.”
- R – Aanbeveling: “Wil je bij het volgende loopmoment nagaan hoe het gaat en je observaties rapporteren?”
Vraag of de informatie duidelijk is en maak afspraken over wie wat doet.
Maak de stap naar je eigen praktijk
- Vat de kern van deze uitleg in drie zinnen samen.
- Bedenk een situatie uit een les of stage waarin dit onderwerp een rol speelt. Gebruik geen herkenbare cliëntgegevens.
- Noteer één vraag die je met je docent of stagebegeleider wilt bespreken.
Voor je volgende leermoment: probeer je uitleg opnieuw te geven zonder de tekst erbij.
Verder oefenen
Lees de uitleg eerst rustig door en test daarna of je de kennis zonder spieken kunt toepassen. Op het leerplatform vind je flashcards, toetsen, downloads en oefenmodules.
Download het SBAR-kaartje